Duurzaam2018-09-12T14:35:25+00:00

Duurzaam

Het kabinet publiceerde de Energieagenda in december 2016. Daarna is de Rijksoverheid aan de slag gegaan met de uitwerking van de agenda. Het doel is om in 2050 80-95% minder CO2 uit te stoten. De Rijksoverheid brengt nu in kaart wat nodig en mogelijk is om dit doel te halen. Dit doet het Rijk in overleg met maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden. Partijen werken nu aan vijf transitiepaden: kracht en licht, lage-temperatuurwarmte, hoge-temperatuurwarmte, mobiliteit en voedsel en natuur

Nederland heeft zich gecommitteerd aan de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs. Dat betekent een drastische beperking van de CO2-uitstoot naar bijna 0 in 2050. Nederland groeit in een geleidelijk tempo naar een CO2-arme economie in 2050.

Nederlands Subsidie Instituut heeft meer dan 22 jaar ervaring in het succesvol verkrijgen van subsidies op het gebied van duurzaamheid. Een beschrijving van enkele veel gebruikte regelingen treft u onderstaand aan. Uiteraard zijn er meer mogelijkheden en zijn ze niet allemaal even relevant voor uw bedrijf. In een gesprek kunnen wij de specifieke mogelijkheden voor uw bedrijf vaststellen.

Duurzame verbouw en nieuwbouw

De nationale overheid stimuleert de (ver)bouw van (tot) energiezuinige en milieuvriendelijke bedrijfsgebouwen. Het kan gaan om subsidies of fiscale voordelen voor investeringen voor specifieke apparatuur of voorzieningen maar ook voor het complete bedrijfsgebouw. Een aantal provincies in Nederland stimuleert ook de bouw van- en verbouw tot energiezuinige gebouwen. Heeft u een project dat voorop loopt dan kunt u het beste (tijdig) contact met ons opnemen om de specifieke mogelijkheden te onderzoeken.

De Rijksoverheid heeft verschillende regelingen om dit te stimuleren:

  • Energie-investeringsaftrek (EIA). Als wordt geïnvesteerd in energiebesparing of duurzame energie kunt u wellicht profiteren van deze maatregel. U kunt 54,5% van de kosten (investering- en installatiekosten) aftrekken van de fiscale winst. Dit levert een minimaal netto voordeel van ruim 13% van de investering.
  • Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Met de MIA en VAMIL stimuleert de overheid minder milieubelastende investeringen. Via de MIA is het mogelijk tot 36% van de kosten af te trekken van de fiscale winst en/of via de VAMIL 75% van deze kosten vrij af te schrijven (dit levert u een rente- en liquiditeitsvoordeel op).

Realiseren van energie-innovaties

De Topsector Energie zet zich in voor schone en efficiënt opgewekte energie, die Nederland economisch sterker maakt. Binnen de Topsector Energie hebben de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) thema’s uitgewerkt: bio-energie, wind op zee, smart grids, zonne-energie, energiebesparing in de gebouwde omgeving, gas en energie en industrie.

Voor de volgende regelingen worden tenders uitgeschreven voor het indienen van aanvragen

  • BBE en Groen Gas (BBEG) Innovatie
  • Demonstratieprojecten energie-innovatie (DEI)
  • Carbon Capture, Utilisation and Storage (CCUS)
  • Energie en industrie: joint industry projects (JIP)
  • Hernieuwbare energie
  • Maatschappelijk Verantwoord Innoveren Energie (MVI Energie)
  • Systeemintegratie op de Noordzee
  • Topsector Energiestudies
  • Urban Energy (incl. aardgasloze woningen en wijken)
  • Wind op zee R&D
  • Waterstof

Investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen

Via de Energie-investeringsaftrek (EIA) kunnen bedrijven fiscaal voordelig investeren in energiezuinige technieken en duurzame energie. U kunt 54,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst, bovenop uw gebruikelijke afschrijving. Daardoor betaalt u minder inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Gemiddeld levert de EIA u ruim 13% belastingvoordeel op.

Op de zogenaamde Energielijst (die jaarlijks wordt aangepast) staan vele energiezuinige investeringen (die bedrijfsmiddelen worden genoemd) waarvoor u gebruik kunt maken van de EIA. Fiscale aftrek is mogelijk voor:

  • duidelijk omschreven investeringen (specifiek) die gerubriceerd zijn in de categorieën bedrijfsgebouwen, processen, transportmiddelen, duurzame energie, energiebalancering en energie- en maatwerkadvies;
  • maar ook voor maatwerk investeringen (generiek) die een forse energiebesparing opleveren. Generieke codes zijn geen duidelijk omschreven bedrijfsmiddelen op de Energielijst maar algemene beschrijvingen waarbij de besparing die moet worden gehaald.

Investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen

Met de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) kunt u fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke producten of apparaten (deze investeringen zijn minder milieubelastend en gaan vaak verder dan wat wettelijk is voorgeschreven):

  • Via de MIA kunt u tot 36% van de investeringskosten voor een milieuvriendelijke investering aftrekken van de fiscale winst aanvullend op de reguliere afschrijving.
  • Met de VAMIL kunt u zelf bepalen wanneer u deze investeringskosten afschrijft. Hoe snel of hoe langzaam bepaalt u zelf. Dat levert een liquiditeit- en rentevoordeel op.

Alle Nederlandse ondernemers die inkomsten- (IB) of vennootschapsbelasting (VPB) betalen, kunnen gebruik maken van de MIA en VAMIL. De regeling is onder meer interessant voor ondernemers in de agrarische sector, de scheepvaart en de industrie, maar ook voor ondernemers die investeren in duurzaam vervoer, duurzame recreatie en duurzame gebouwen.

Op de Milieulijst staan vele investeringen (in de regelingen genaamd bedrijfsmiddelen) waarvoor u MIA, VAMIL of MIA én VAMIL kunt aanvragen:

  • Voor het merendeel van de bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan, worden doel, middel en werking exact omschreven (specifieke bedrijfsmiddelen). De bedrijfsmiddelen vallen onder circulaire economie, voedselvoorziening en landbouwproductie, mobiliteit, klimaat en lucht, ruimtegebruik of bebouwde omgeving.
  • Een bijzondere groep bedrijfsmiddelen vormen de zogenoemde generieke bedrijfsmiddelen. In de omschrijving hiervan wordt alleen het te behalen doel omschreven: de te leveren prestatie is richtinggevend. Een exacte technisch beperkende omschrijving is met opzet achterwege gelaten. Dat is voor u voordelig, omdat u meer keuzevrijheid krijgt bij uw investeringsgedrag. Bovendien geeft deze werkwijze meer ruimte aan innovatie, want ook voor nieuwe ideeën is direct fiscale ondersteuning mogelijk.

Opwekken hernieuwbare elektriciteit, gas en warmte

De subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+), heeft als doel de productie van duurzame energie te bevorderen. De subsidieregeling is bedoeld voor hernieuwbare energietechnieken en is onderverdeeld in de categorieën Biomassa, Geothermie, Water, Wind (land, meer en dijk) en Zon. De SDE+ is een exploitatiesubsidie. Dat wil zeggen dat producenten subsidie ontvangen voor de daadwerkelijk opgewekte duurzame energie.

De SDE+ gaat ieder jaar in twee rondes open voor het indienen van aanvragen: in het voorjaar en in het najaar.

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • de productie van hernieuwbare elektriciteit aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit geheel of gedeeltelijk te compenseren;
  • de productie van hernieuwbaar gas aan een producent van hernieuwbaar gas, om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van dit hernieuwbare gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas geheel of gedeeltelijk te compenseren;
  • de productie van hernieuwbare warmte aan een producent van hernieuwbare warmte om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare warmte en de relevante gemiddelde marktprijs van warmte geheel of gedeeltelijk te compenseren.

Hernieuwbare elektriciteit, gas of warmte kan worden opgewekt middels: Waterkracht, Rioolwaterzuiveringsinstallaties, Wind op land, Wind in meer, Wind op primaire waterkering, Fotovoltaïsche zonnepanelen, Zonthermie, Biomassavergassing, Allesvergisting, Monomestvergisting, Mestvergisting, Verbranden van biomassa voor warmte en WKK en Geothermie.

De InvesteringsSubsidie Duurzame Energie (ISDE) stimuleert van de productie van duurzame energie door middel van met name relatief kleine productie-installaties. Het gaat hierbij om een productie-installatie die bijdraagt aan de Nederlandse doelstelling voor de productie van hernieuwbare energie en die energie produceert door middel van een ruimteverwarmingstoestel of waterverwarmingstoestel, zonneboiler waaronder tevens begrepen een zonneboilercombi, pelletkachel of op houtachtige biomassa gestookte ketel.

Bijdragen aan realiseren Europese natuur- en milieudoelen

Een van de doelstellingen van het Communautair programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) is bij te dragen aan de overgang naar een hulpbronnenefficiënte, koolstofarme en klimaatbestendige economie, aan de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu en aan het tot staan brengen en ombuigen van het biodiversiteitsverlies, met inbegrip van steun voor het Natura 2000- netwerk en het tegengaan van de aantasting van ecosystemen.

Provinciale en regionale regelingen – Interreg

Naast dat de Nederlandse overheid een landelijk subsidieprogramma opstelt, hebben de afzonderlijke provincies ook diverse subsidieprogramma’s. Deze subsidies zijn veelal afgestemd op de doelstellingen van de provincies. Daarom zijn er ook grote verschillen te zien in de subsidiemogelijkheden per provincie.

De provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland hebben bijvoorbeeld interessante subsidiemogelijkheden het gebied van duurzaamheid. Een voorbeeld is het zogenaamde Energiefonds. Meerdere provincies financieren hieruit projecten die energie besparen of energie opwekken uit duurzame bronnen. Dit doen zij middels participaties, leningen en garanties.

Daarnaast zijn er verschillende regionale subsidiemogelijkheden. Een aantal voorbeelden hiervan zijn hier onder weergegeven, waarbij niet zozeer naar een provincie wordt gekeken, maar naar een bepaalde regio dan wel grensstreek (eventueel met internationale samenwerking).

Het programma Europese Territoriale Samenwerking (Interreg) is een Europese subsidieregeling voor ruimtelijke en regionale ontwikkeling. Aan de projecten die onder Interreg vallen werken partijen uit verschillende landen samen. Er zijn drie verschillende Interreg-programma’s. Deze richten zich op samenwerking:

  1. In de grensregio (Interreg A: Nederland- Duitsland, Vlaanderen Nederland, Euregio Maas-Rijn en twee zeeën). Nederlandse economische activiteiten en ontwikkelingen hebben vaak raakvlakken met economische activiteiten en ontwikkelingen in buurlanden. Doel is om deze activiteiten met elkaar te verbinden. Nederland besteedt het geld aan drie thema’s, te weten Innovatie (in MKB), Koolstofarme economie (duurzame energie) en Human Capital Agenda / Arbeidsmobiliteit (grensarbeid).
  2. Tussen regio’s in verschillende landen (Interreg B): Nederland doet mee aan twee transnationale programma’s. Hierin werken verschillende landen samen in een regio van de EU.
  3. Door heel de Europese Unie (EU) heen, dus niet gebonden aan een bepaalde regio (Interreg C).

Met het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) wil de Europese Unie een bijdrage leveren aan de versterking van economische en sociale samenhang door (regionale) onevenwichtigheden ongedaan te maken. De mogelijkheden die gesubsidieerd kunnen worden onder dit programma lopen sterk uiteen, van innovatie tot aan duurzaamheid en sociale zaken. Deze zijn onderverdeeld in investeringsprioriteiten.

Deze worden onderverdeeld in regionale programma’s, die ook weer sterk van elkaar kunnen verschillen. De bijdrage uit deze regeling voor projecten kan oplopen tot 50 tot 85% van de in aanmerking komende kosten.

Naast bovenstaande zijn er vele andere mogelijkheden. Neem contact met ons op of vraag een gratis adviesgesprek aan om de mogelijkheden voor uw bedrijf te inventariseren.