Innovatie2018-08-09T15:39:09+00:00

Innovatie

Niet alleen de Nederlandse overheden maar ook “Brussel” stimuleert innovatie. Doel is het creëren en vergroten van onderscheidend vermogen en economische groei. Doelstellingen zijn onder meer vastgelegd in het Topsectorenbeleid, Het verdrag van Lissabon, Horizon 2020. Om dit te bereiken zet de overheid verschillende instrumenten in: subsidies, fiscale maatregelen, kredieten, leningen en participaties (hierna samengevat als subsidies).

Nederlands Subsidie Instituut heeft al meer dan 22 jaar ervaring in het succesvol verkrijgen van subsidies voor innovatieve bedrijven. Een beschrijving van enkele veel gebruikte regelingen treft u onderstaand aan. Uiteraard zijn er meer mogelijkheden en zijn ze niet allemaal even relevant voor uw bedrijf. In een gesprek kunnen wij de specifieke mogelijkheden voor uw bedrijf vaststellen.

Stimuleren innovatie op bedrijfsniveau

Met twee fiscale maatregelen stimuleert de Nederlandse overheid innovatie op bedrijfsniveau:

  • Met de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) kunt u de loonkosten van uw eigen speur- en ontwikkelingswerk (onderzoek en ontwikkeling) verlagen. Het voordeel kunt u maandelijks incasseren door een verminderde afdracht van de loonbelasting. De afdrachtsvermindering bedraagt 32% van de eerste € 350.000 aan S&O-kosten en 14% over het meerdere.
  • De Innovatiebox biedt de mogelijkheid om slechts 5% vennootschapsbelasting te betalen met winsten die u behaalt met WBSO-projecten (of met octrooien).

Stimuleren innovatie door nationale samenwerking

De Nederlandse overheid wil de samenwerking tussen bedrijven en met kennisinstellingen stimuleren. Dit stimuleert zij met verschillende regelingen en instrumenten. Enkele voorbeelden zijn:

  • De regeling MKB-innovatiestimulering Regio’s en Topsectoren (MIT) wil de innovatie bij MKB-ers stimuleren en dat MKB-ondernemingen aansluiten bij innovatieactiviteiten binnen de topsectoren Agrifood, Tuinbouw en Uitgangsmaterialen (T&U), High Tech Systemen en Materialen (HTSM), Logistiek, Creatieve industrie, Life Sciences & Health (LSH), Water en Chemie, Biobased en Energie. Iedere Topsector zet hiervoor verschillende instrumenten en stel subsidie beschikbaar voor bijvoorbeeld kennisvouchers, haalbaarheidsstudies en R&D-samenwerkingsprojecten. De subsidie kan oplopen tot € 350.000 per project.
  • Om economisch en maatschappelijk tot de wereldwijde top te blijven behoren, richt de Nederlandse overheid zich op negen Topsectoren. Slimme samenwerking tussen bedrijven, onderzoekers en de overheid staat in beide gevallen centraal. Neem contact met ons op of vraag een gratis adviesgesprek aan om de meest actuele openstellingen te bespreken.

Stimuleren innovatie door internationale samenwerking

Vanaf eind 2013 zijn vele Europese regelingen opengesteld voor het indienen van aanvragen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Horizon 2020 is het Europese subsidieprogramma voor onderzoek en innovatie voor de periode 2014-2020. Het programma richt zich op drie onderzoeksprioriteiten (flagships): Societal Challenges, Industrial Leadership en Excellent Science. Periodiek worden er openstellingen gepubliceerd. Neem contact met ons op of vraag een gratis adviesgesprek aan om de meest actuele openstellingen te bespreken.
  • Onderdeel van Horizon 2020 is het zogenaamde SME-instrument. Dit instrument is erop gericht om het MKB op een eenvoudigere wijze te laten profiteren van Europese subsidies. Internationale samenwerking is niet verplicht. Dit instrument subsidieert haalbaarheidsstudies (subsidie bedraagt maximaal € 50.000) voor een ontwikkelingsproject tot aan marktintroductie (subsidie bedraagt maximaal € 2.500.000).
  • Eurostars verstrekt subsidie aan zeer innovatieve MKB-ers die in een internationaal samenwerkingsverband gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling verrichten om innovaties te realiseren. De maximale bijdrage voor Nederlandse deelnemers bedraagt € 500.000 per project.

Innovatiefinanciering

De overheid helpt bedrijven op verschillende manieren om innovatie te financieren. Naast het verstrekken van subsidies verstrekt de overheid ook garanties aan banken, verstrekt zelf kredieten of verstrekt leningen en participatie. Enkele veel gebruikte mogelijkheden zijn:

  • Vroegefasefinanciering en haalbaarheidsstudie. MKB-ondernemingen kunnen een geldlening ontvangen voor een vernieuwingsfasetraject. Doel is het ondersteunen van innovatieve ondernemers bij het succesvol in de markt zetten van hun bedrijf. De regeling moet voorkomen dat waardevolle ideeën voor nieuwe producten of diensten in de ontwikkelingsfase stranden en de markt nooit bereiken. De maximale lening bedraagt maximaal € 350.000.
  • SEED Buiness Angel. Met deze regeling richt de overheid zich op het verbeteren van de financiering van technostarters en creatieve starters (start-ups) tijdens de vroege levensfase. Voor start-ups is het nog altijd moeilijk om tijdens de vroege levensfase aan financiering te komen. Via deze regeling kunnen business angels ‘slim geld’ leveren aan start-ups door actief betrokken te zijn met hun kennis, netwerk en ervaring. Deze opzet vergroot hun kans op succes. Een lening is maximaal even groot als het private inlegbedrag van het fonds, tot een maximum van € 1 miljoen.
  • SEED Capital. Met deze faciliteit kunnen technostarters en creatieve starters in hun kapitaalbehoefte worden voorzien. De faciliteit biedt participatiefondsen de mogelijkheid een lening te krijgen voor het verkrijgen van participaties in technostarters en creatieve starters op basis van een zogenaamd fondsplan.
  • Innovatiekrediet. MKB-ondernemers kunnen een krediet krijgen voor risicovolle technische en klinische ontwikkelingsprojecten, waarin voor Nederland nieuwe producten, processen of diensten worden ontwikkeld. Daarnaast kunnen grotere bedrijven een krediet krijgen voor duurzame technologische ontwikkelingsprojecten. Het innovatiekrediet bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10 miljoen.
  • Borgstelling MKB Kredieten. De regeling richt zich op bedrijven met maximaal 250 werknemers met een jaaromzet tot € 50 miljoen óf een balanstotaal tot € 43 miljoen. Voorwaarde is dat de onderneming financieel gezond is en goede continuïteitsperspectieven heeft. Als een ondernemer bij een kredietaanvraag onvoldoende zekerheden aan de bank kan bieden, kan de overheid, op verzoek van de bank, zich borgstellen voor een deel van het kredietbedrag. Voor bestaande bedrijven is er tot een kredietbehoefte van € 266.667 de mogelijkheid om driekwart te financieren met BMKB-krediet, anders ligt de grens op maximaal de helft van de kredietverstrekking. Verder is het maximum van het BMKB-krediet tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen. Op het BMKB-krediet is een overheidsborgstelling van 90% van toepassing.
  • Microfinanciering. Stichting Microkrediet Nederland / Qredits verleent specifieke kredieten en biedt coachingsfaciliteiten aan kleine ondernemers of zelfstandigen (zzp’ers) aan. (Startende en bestaande) Ondernemers komen voor microfinanciering in aanmerking als ze beschikken over voldoende ondernemerskwaliteiten en er sprake is van een haalbaar ondernemersplan. De maximale lening is € 50.000 (microkrediet) of € 250.000 (MKB-krediet en hypothecair krediet).
  • Groeifaciliteit. De Groeifaciliteit moet de financiering van snelle groeiende ondernemingen of van bedrijfsovernames vergemakkelijken. Alleen professionele kapitaalverschaffers kunnen een beroep op de regeling doen (banken, participatiemaatschappijen en informele investeerders). De garantstelling is maximaal € 5 miljoen die ten goede komen aan nieuwe bedrijfsactiviteiten. Indien de garantstelling wordt verstrekt door een participatiemaatschappij is dit bedrag € 25 miljoen.
  • Garantie Ondernemingsfinanciering. Met deze garantiefaciliteit wil de overheid middelgrote en grote ondernemingen (met substantiële activiteiten in Nederland) de mogelijkheid geven investeringen te blijven financieren. De financiering vindt plaats in de vorm van een banklening. De bank krijgt op basis van de regeling een garantie van 50% voor nieuwe bankleningen van minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 50 miljoen.
  • Duurzaamheidsfondsen provincies. Verschillende provincies in Nederland hebben duurzaamheidsfondsen opgezet. Dit zijn zogenaamde revolverende fondsen die financieringen verstrekken voor projecten gericht op het stimuleren van de biobased economy en duurzame energie.

Provinciale en regionale innovatieregelingen – Interreg

Naast dat de Nederlandse overheid een landelijk subsidieprogramma opstelt, hebben de afzonderlijke provincies ook diverse subsidieprogramma’s. Deze subsidies zijn veelal afgestemd op de doelstellingen van de provincies. Daarom zijn er ook grote verschillen te zien in de subsidiemogelijkheden per provincie.

De provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland hebben bijvoorbeeld interessante subsidiemogelijkheden het gebied van innovatie. Daarnaast zijn er verschillende regionale subsidiemogelijkheden. Een aantal voorbeelden hiervan zijn hier onder weergegeven, waarbij niet zozeer naar een provincie wordt gekeken, maar naar een bepaalde regio dan wel grensstreek (eventueel met internationale samenwerking).

Het programma Europese Territoriale Samenwerking (Interreg) is een Europese subsidieregeling voor ruimtelijke en regionale ontwikkeling. Aan de projecten die onder Interreg vallen werken partijen uit verschillende landen samen. Er zijn drie verschillende Interreg-programma’s. Deze richten zich op samenwerking:

  1. In de grensregio (Interreg A: Nederland- Duitsland, Vlaanderen Nederland, Euregio Maas-Rijn en twee zeeën). Nederlandse economische activiteiten en ontwikkelingen hebben vaak raakvlakken met economische activiteiten en ontwikkelingen in buurlanden. Doel is om deze activiteiten met elkaar te verbinden. Nederland besteedt het geld aan drie thema’s, te weten Innovatie (in MKB), Koolstofarme economie (duurzame energie) en Human Capital Agenda / Arbeidsmobiliteit (grensarbeid).
  2. Tussen regio’s in verschillende landen (Interreg B): Nederland doet mee aan twee transnationale programma’s. Hierin werken verschillende landen samen in een regio van de EU.
  3. Door heel de Europese Unie (EU) heen, dus niet gebonden aan een bepaalde regio (Interreg C).

Met het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) wil de Europese Unie een bijdrage leveren aan de versterking van economische en sociale samenhang door (regionale) onevenwichtigheden ongedaan te maken. De mogelijkheden die gesubsidieerd kunnen worden onder dit programma lopen sterk uiteen, van innovatie tot aan duurzaamheid en sociale zaken. Deze zijn onderverdeeld in investeringsprioriteiten.

Deze worden onderverdeeld in regionale programma’s, die ook weer sterk van elkaar kunnen verschillen. De bijdrage uit deze regeling voor projecten kan oplopen tot 50 tot 85% van de in aanmerking komende kosten.

Naast bovenstaande zijn er vele andere mogelijkheden. Neem contact met ons op of vraag een gratis adviesgesprek aan om de mogelijkheden voor uw bedrijf te inventariseren.