Het Just Transition Fund, afgekort JTF, draagt bij aan de overgang naar een Klimaatneutraal Europa. Hoofddoel van het JTF is regio’s die sterk afhankelijk zijn van inkomsten en werkgelegenheid uit fossiele brandstoffen op een rechtvaardige gelijkwaardige manier in staat te stellen een energietransitie in te gaan. Een transitie die rekening houdt met de sociale- en economische aspecten en de milieueffecten. Het totale JTF-budget voor Nederland bedraagt circa € 630 miljoen.
Het transitiefonds ondersteunt gebieden die het zwaarst door de overgang naar klimaatneutraliteit worden getroffen en voorkomt dat de regionale verschillen binnen de Europese Unie groter worden. Om Europa in 2050 volledig klimaatneutraal te maken, is transitie van de emissie-intensieve industrieën nodig, wat gepaard gaat met grote sociaal-economische uitdagingen. Het transitiefonds biedt kwetsbare gebieden hiervoor financiële steun.
De voor Nederland bestemde financiële JTF-middelen gaan naar zes regionale gebieden (COROP-gebieden) die voor grote transitieopgaven staan. Denk aan West-Noord-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen, Zuid- Limburg, Groningen-Emmen, IJmond en Groot-Rijnmond. Deze regio’s stellen met relevante stakeholders een regionaal transitieplan op. Daarin worden de te verwachten regionale effecten benoemd van de klimaatdoelstellingen die de Europese Unie gesteld heeft voor de periode 2030 t/m 2050. De grootste opgaven zijn het versnellen van de energietransitie, het vernieuwen van de economie en het veerkrachtig maken van de arbeidsmarkt.
Het JTF zet in op drie sporen:
- Innovatie
- De middelen voor het innovatiespoor gaan naar projecten die leiden tot economische diversificatie, modernisering en omschakeling.
- Investeringen in technologie, systemen en infrastructuur
- De middelen die gereserveerd zijn voor dit spoor gaan naar projecten die de ‘hardware’ ontwikkelen die nodig is voor de transitie.
- Arbeidsmarkt
- De helft van de beschikbare middelen is gereserveerd voor arbeidsmarktgerelateerde projecten. Het gaat daarbij om het creëren van nieuwe werkgelegenheid, bijscholing en omscholing van werknemers en werkzoekenden, hulp bij het zoeken naar werk voor werkzoekenden en actieve integratie van werkzoekenden. Hierbij ligt extra focus op jongeren.